Skip to content
1579

Het cort begryp der XII boecken Olympiados

Jan Noot

Sonet.

Med goedt recht magh-men v altijds wel saligh noemen O geluckigen dach die mijn siele verfraeydt Hebt, Die seer langen tijdt nu had' geweest ontpaeydt. Gelijc de Noorden windt ver-welken doet de bloemen, Al-soo quam met gheweldt mijn ionge ieugdt verdoemen, De droefheyd, deur den anxt die alle vreugd af-maeydt, Deur t'deruendes gesichts dat van droefheid ontlaeydt Al die heur schoonheydt sien (dies sy heur mag be-roemen) Op desen dag quam my (o geluc-salighe ure!) In de stadt in tgemoet d'Engelslijcke figure Med een hiuke op heur hoofd, gelijc een borgers vrouwe Ver-blijdt, beduelmt, verbaest nam ic heur med der handt Heur eerbaer wesen goedt, heur woorden, heur verstandt Verfraeyden mijnen geest, en braken mijnen rouwe.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.