Sinne-beeldt. Eenen Sot die een Velt, een Luyt, ende andere soete Instrumenten met de voeten stoot, alleen de Moesel beminnende.
'k Lach met al het Soete spel,
Dese Moesel past my wel.
WEgh Ghiteernen, Harpen, Velen,
Clave-cymbels, snare-spelen,
VVegh Apollo met u Luyt,
En ghy Bocx-voet met uw' Fluyt.
VVegh Arion met uw' Liere,
Die ick gheensins niet en viere;
Dese Moesel past my wel,
Soet en lief'lyck is haer spel.
Op dees' kan ick lustigh blasen,
Lustigh pypen, tieren, rasen,
Voor een nieuw-ghetrouwde Bruydt,
Menigh deuntien quelen uyt.
Rechte Narren, die goed' raden,
Goed' vermaninghen versmaden,
Beeldt uyt desen botte kluts,
VVel verciert met dese muts.
Goede woorden, goede beden,
Sy met hunne voeten treden;
Die hun schoontiens spreken aen,
Laeten sy als Esels staen.
Sotte Griecken, ydel kluchten,
Gecke-wercken, Narre-vruchten,
VVorden van hun seer bemint,
Dit alleen is dat hun dint.
Komt Democritus, komt mercken
Dees' belacchelycke wercken;
Spot soo met dit sot ghebroet,
Dat uw' milte seere doet.