Skip to content
1669

Theatrum stultorum

Jan Leenheer

Sinne-beeldt. Eenen Genius die wilt tellen de sterren van de locht, de zandekens van den Oever, ende de blaeders van de boomen. Den hoop is meerder als 't ghetal, Van de Sotten over-al. AL de sterren die daer draelen, Boven in de blauwe zaelen, Al de schelpen, al het zandt, Datmen vindt op Tethys strandt: Al de bladers van de boomen, Al de druppels van de stroomen, En heeft noyt hier eenen mensch, Konnen tellen naer syn wensch. VVilt ghy tellen al de Sotten? Men sal seker met u spotten: VVant 't ghetal is al te groot, Daerom is soo dier het broodt. Door de straeten sietmen loopen Sotten over-al met hoopen; Niet een plaetse, niet een hol, Oft het is van Sotten vol.

In het Hoff, in de Pallysen, Sal ick u de grootste wysen; Hy is, naer myn oordeel, blindt, Die gheen Sotten hier en vindt. waer Democritus in't leven! Och! hoe soud' hy hem begheven Tot het lacchen, en syn Maet, Tot het kryten over straet!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Theatrum stultorum · Jan Leenheer · Poetry Cove