Skip to content
1754

Vervolg der dichtlievende uitspanningen

Jan Jacob Mauricius

Gemalinne van den wel edelen groot-achtbaaren heer,

den heer Mr. Kornelis Hop, Regeerend Burgermeester en Raad der Stad Amsterdam, enz. enz. enz.

Moet ik zo onverwacht de luit met floers behangen! Moet ik (wat droeve keer!) in plaats van feestgezangen Een' lyktoon heffen, en uitbarsten in geween, Nu myn' geboortestad haar' Burgers, groot en kleen, De handen wringen ziet, en heete traanen schreien, Als zy hun' Moeders lyk naar 't donkre graf geleien; Terwyl hun Burgerheer, in 't hart geraakt van rouw, 't Gezicht wendt van de baar der teêrgeliefde Vrouw! Ja treur, doorluchte HOP! wy billyken Uw treuren. Twee harten, jaaren lang verknocht in lief en leed, Door een' metaalen band van liefde aan één gesmeed, Zyn zonder zielsgeweld niet van elkaar te scheuren.

't Verstand schiet hier te kort. Hier baat geen Staatsbeleid. Het hart blyft vleesch en bloed, en voelt de menschlykheid. De Wysheid eischt geenzins, dat braave en Groote Mannen De liefde en tederheid uit hun gemoed verbannen. Zy vergt een mensch niets meer, dan nederig en stil Te buigen voor Gods hand, te willen, wat Hy wil. Uw' deugd, ô HOP! zal U van zelfs die lessen geeven. Denk, dat het Vaderland belang heeft in Uw leeven, En dat, hoe teder Ge Uw' Rebekka hebt bemind, Nog sterker Vaderliefde U aan Uw Burgers bindt.

1753.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Vervolg der dichtlievende uitspanningen · Jan Jacob Mauricius · Poetry Cove