Skip to content
1753

Dichtlievende uitspanningen

Jan Jacob Mauricius

Toen zyn Ed. voor de derde reize zyn Geleerdheid en vlyt in een openbaare Redenkaveling ten toon stelde. - Sequiturque Patrem non passibus aequis. virg. 2. AEneid. ℣. 724.

WAt mag de Aloudheid op een Burgermeester roemen, En een Fabricius, als 't hoofd der Helden, noemen, Die 't Grieksche zilver met een grammen voet verstiet, En voor geen schatten zyn Geboortestad verriedt? 't Gelukkig Leiden kan met ed'ler naamen pronken. 't Gelukkig Leiden is met dubbeld heil beschonken, En heft zyn glorie met d' onsterfelyken lof Van twee Fabricien tot aan het Starrenhof. Begaafde Vriend, die in de lente van uw jaaren Den roem uws Vaders door uw vlyt wilt eevenaaren, Wat ryken Herfst belooft ons zulk een Lente niet? 't Is heden driemaal, dat myn Zangster de eer geschiedt,

Van uwe gaaven na vermoogen te trompetten, En door gezangen in een heldren dag te zetten, Terwyl uw voorhoofd van 't gewigt der lauwren kraakt, En met een ryke trits van zegekranssen blaakt. Wel aan! vaar voort het spoor uws Vaders na te treeden. Zo volgde Jülus, schoon met ongelyke schreeden, Den grooten Trooyer door den ysselyken brand. Zo volgde Hannibal Hamilkar aan de hand. Zo zult Gy mede tot den top van eere stygen, En in de glorie van uw Vader deel verkrygen, Terwyl U Themis met de Meesterlyke kroon Van verre toelonkt, als verplicht aan zulk een Zoon.

1711.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtlievende uitspanningen · Jan Jacob Mauricius · Poetry Cove