Skip to content
1753

Dichtlievende uitspanningen

Jan Jacob Mauricius

XII.

Maar zal het vryë volk, dat nog niet in de schuit is, En in de wilde vreugde leest, Onkundig, hoe een mensch gebruid is, Die t'huis een kind te wiegen heeft, Zich goedkoop buiten het bereik der Wetten houden, En strafloos lacchen met de lasten der getrouwden? Dat was onreed'lyk! neen! maakt Kind'ren voor den Staat. Zulks bidt, zulks eischt van U onze Edle Magistraat.'t Gezang van den klapperman van Ternate was toen in de Mode De waereld zonder dat zou haast in duigen vallen. Ten minsten geef dan tol, en wilt gy blyven mallen, Betaal dan Ruingeld van een jaarlyksen dukaat.

Zie daar een Tafelwet van Persen en van Meden, Met rypen raade, en met eenpaarigheid van zin Gearresteerd door al de Leden. Al die dit leest, Saluit van Broeder Benjamin, Die ver van huis, hier by den Elf-stroom neêrgezeeten, Zyn nagels op dit, Vaers halfstukken heeft gebeeten. Hy eischt geen ander loon, dan dat men om hem denkt,

Gelyk hy nimmermeer Noordholland zal vergeeten. Drinkt zyn gezondheid eens, wanneer men stoopjes schenkt. Zo moet de voorspoed van de Heeren Met de eer en welvaart van hun steden steeds vermeeren! Zo bloeje steeds de Trouw en Broederlyke min In dit Doorluchtig Huisgezin! Zo moet geen tweedragt ooit de vyf Gezusters stooren, Die tot dit Logement behooren!

1726.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtlievende uitspanningen · Jan Jacob Mauricius · Poetry Cove