Skip to content
1753

Dichtlievende uitspanningen

Jan Jacob Mauricius

Den 28 February MDCCLII.

VErrys, zo 't mooglyk is, met roozen in den mond, O Winterzon, kon nu Uw glans het veld ontdooien, Dat ik de Oranjezaal met bloemen mogt bestrooien, Nu 'k eens dit Jaarfeest vier op Vaderlandschen grond! Dan zou 'k hepatikaas en versche tulpjes plukken Om tot een krans op 't hoofd van myn' Prinçes te drukken In 't lieflyk dagen van haar leevens morgenstond. Maar neen! wat bloemsieraad kan haalen by de roozen, Die op het lcliwit van haar schoon aanzicht bloozen? O Ed'le Puikbloem in den Tuin van Nederland, Doorluchte Karolyn, God leide U met zyn' hand!

Ach! kon het leevend vuur van Uw' aanminnige oogen Uw' Moeders dierb're traanen droogen! Volg haar' volmaakte deugd, en blyf het pronksieraad, 't Plechtanker, 't Pallasbeeld van Neêrlands vryën Staat. Gelukkig Vorst, wien eens de zeegen wordt geschonken Van met die schoone Bloem te pronken!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtlievende uitspanningen · Jan Jacob Mauricius · Poetry Cove