Toezang.
Toon: Tranquille Coeur.
VEreende Twee, gezegend Paar,
Hoe deftig zult gy saamen passen!
Gy zyt geschaapen voor malkaâr,
En tot dit Huwlyk opgewassen,
Terwyl de knoop van 't bloed de grondvest en 't begin
Verstrekte van uw' min.
Geen vreugd, noch ongeluk blus ooit zo lieven brand,
Of breek zo schoonen band.
1.
Toon: Amis partagons nôtre vie.
OMin, hoe lieflyk is uw blaaken!
Wat Hemelnektar haalt by 't zoet,
Dat twee vereende zieltjes smaaken,
Die smeltende in een' zuivren gloed,
Al zwymende, als verdronken bytjes.
Gestrengeld, kleeven mond aan mond,
En proeven duizend lekkernytjes,
Die 't Godendom hen zelf misgont?
2.
Wel! smaakt dan al' die zielsgenuchjes,
Gebruikt de frischheit van uw' jeugd,
Terwyl de Mei met versche luchjes
U lokt tot jokjes, en tot vreugd.
Laat u geen' dag, geen uur ontglyën.
Want in den gryzen Ouderdom
Dan denkt men om geen' minneryën.
De zoete jeugd keert nooit weêrom.
1716.