Skip to content
1634

Eerlycke tytkorting

Jan Harmensz. Krul

Cecilia. Is dit dien Floriaen daer men soo veel van seydt? Is dit dien Ionghelingh vol brave geestigheydt? Is dit dien helt in alle wetenschap ervaren?

Is dit dien Herder, die hem in zijn jonghe jaren Soo mannelijcke draeght: in deught zijn jeught besteet? Dat yder niet genoegh van hem te segghen weet: Het wesen wyst het uyt, beleeftheden bethoonen,

Dat in zijn vroom gemoet veel heusche deughde woonen. Een Herder naer het kleet, maer na 't gemoet een Prins, Ick schuyl my wat ter sijd': ick sie hem (dunckt my) gins Al herwaerts comen aen, gelijck de Son in 't rysen,

De gantsche Werrelt door sijn schoonheydt komt bewysen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Eerlycke tytkorting · Jan Harmensz. Krul · Poetry Cove