Skip to content
1634

Eerlycke tytkorting

Jan Harmensz. Krul

Stemme: Verdwaelde Coninginne. Herder BAtaefsche Veldt-Goddinne Om wien ick met geklagh, En Vruchteloose minne, Verslijt soo menigen dagh. Herderi. Ey! Herder swijght,, mijn aenschijn krijght Een bloosje door u boerte, Mijn hert ontsteeckt,, door 't geen ghy spreeckt, Mijn Zieltje met ontroerte. Herder Hoe kunnen u gedachjes Vermoeden sulcx op mijn? Dat ick in minne klachjes Beveynst, en valsch soud' zijn. Herderi. Ten waer niet vreemt,, want men verneemt

V loosheyt alle daghe, 't Is maer in schijn,, dat ghy aen mijn Om weder-min komt vraghe. Herder Wanneer hebt ghy 't bevonden (Verdoolde Herderin) Dat ick tot eenigher stonden Gheveynst heb in mijn min, Ooght op mijn Vee,, mijn Geytjes mee, Die om haer Herder treuren. Herderi. Soo (Herder) ghy,, niet geckt met my, Sal u mijn troost gebeuren. Herder Soo laet my dan de tipjes, (Die 't hert hebben gewont,) Van u korale lipjes Bedrucken met mijn mont. Herderi. Sacht, Herder, hout,, niet al te stout. Te veel laet 't hert sijn rust, niet. Herder Ick bender veur,, en moeter deur, Te weynich boet de lust niet. Herderi. Wie soudt ghy door het vleye Van u beleefde tongh, Niet weten te verleye? Hoe seer haer strafheydt dwongh, V Geest verweckt,, tot liefde treckt, Met soete brandt der minne. Herder Soo veynst geen meer,, boet mijn begeer, Wtmuntend' Herderinne. FINIS.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Eerlycke tytkorting · Jan Harmensz. Krul · Poetry Cove