Skip to content
1634

Eerlycke tytkorting

Jan Harmensz. Krul

Cassandra. ROgier, de trots die my door 't weygeren is geschiet, Sal u een oorsaeck zijn van quellingh en verdriet: Ick sal om mijn op u, na lust, en wensch te wreecken,

De wetten van de eer, en plicht, der Maeghden breecken, Misbruycken gaen mijn schoot, en spelen u een pert Waer door u yd'le roem van eer verduystert wert: Ick sal, Rogier, ick sal uyt spijt my doen beslapen,

Op dat uyt mijn een Vrucht in onecht wert geschapen: Van welcke daet ick u op 't hooghst beschuld'gen sal, En brenghen al u eer (door dit beleyt) ten val. Binnen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Eerlycke tytkorting · Jan Harmensz. Krul · Poetry Cove