Skip to content
1634

Eerlycke tytkorting

Jan Harmensz. Krul

Stemme: Si tanto Gratiosa. DE soete dertelheden (Met schijn van lust) begoochelen de ooghen; En gheven smaeckelijckheden De Ieught, die door die schijn-lust wert bedroghen. Men weet nau schier,, hoe dat men hier Op prachtigher manieren Langher de leden,, met hovaerdy van kleden Wil verçieren. Men weet niet op wat wijse Men trotsheyd wil thoonen in overdade. Men weet niet met wat Spijse De leckere Tongh 't herts lusten wil versade: Wat mal ghelaet, wat sotter praet, Onnutte ydelhede, Yder in het sijn,, den tijdt wil doen verdwijne,

En besteden. Broodt-dronckenschap wanlatigh, Door onghebondentheydt van wufte sinnen Ghebruyckt men nu onmatigh: De losse Tongh en houdt gheen reden binne. Neemt overhand,, van het verstand, En hold van redens-paden: Met watte grille,, siet men broodt-droncken wille Lust versaden. Siet toe, siet toe in weelde, Ach! minst ghe-acht, werd dickwils meest verlooren; Het meest verlies, meest teelde De grootste smert, uyt het verlies ghebooren. Bind niet te seer,, 't gulsigh begeer Aen onversade lusten. Denckt waer u ziele,, na doodes wreed verniele Denckt te rusten.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Eerlycke tytkorting · Jan Harmensz. Krul · Poetry Cove