Stemme: Si tanto Gratiosa.
DE soete dertelheden
(Met schijn van lust) begoochelen de ooghen;
En gheven smaeckelijckheden
De Ieught, die door die schijn-lust wert bedroghen.
Men weet nau schier,, hoe dat men hier
Op prachtigher manieren
Langher de leden,, met hovaerdy van kleden
Wil verçieren.
Men weet niet op wat wijse
Men trotsheyd wil thoonen in overdade.
Men weet niet met wat Spijse
De leckere Tongh 't herts lusten wil versade:
Wat mal ghelaet, wat sotter praet,
Onnutte ydelhede,
Yder in het sijn,, den tijdt wil doen verdwijne,
En besteden.
Broodt-dronckenschap wanlatigh,
Door onghebondentheydt van wufte sinnen
Ghebruyckt men nu onmatigh:
De losse Tongh en houdt gheen reden binne.
Neemt overhand,, van het verstand,
En hold van redens-paden:
Met watte grille,, siet men broodt-droncken wille
Lust versaden.
Siet toe, siet toe in weelde,
Ach! minst ghe-acht, werd dickwils meest verlooren;
Het meest verlies, meest teelde
De grootste smert, uyt het verlies ghebooren.
Bind niet te seer,, 't gulsigh begeer
Aen onversade lusten.
Denckt waer u ziele,, na doodes wreed verniele
Denckt te rusten.