Skip to content
1634

Eerlycke tytkorting

Jan Harmensz. Krul

Floriaen voor den Koninck. Floriaen. Grootmogend' Majesteyt, mijn sterven of mijn leven, Staet in het boeck alleen van uwe wil geschreven,

En wat van dees zijn Majesteyt my acht verdient, Genaden, of de doodt, nae dat hy dan verlient Ick duldich dragen sal, en troosten my door reden, Ist dat ick sterven moet, de re'en stelt my te vreden;

Niet dat ick na verdienst de doodt my schuldigh acht, Maer dat getrouwe liefd' my heeft ter doodt gebracht. Koninck. V reden my verveelt, u misdaet is bewesen,

Dies wert tot vonnis u sentency voorgelesen, Als dat ghy u bereyt en totter doodt begeeft: Brenght hem gevangen weer daer hy geseten heeft. Koninck met al de anderen binnen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Eerlycke tytkorting · Jan Harmensz. Krul · Poetry Cove