Floriaen voor den Koninck.
Floriaen.
Grootmogend' Majesteyt, mijn sterven of mijn leven,
Staet in het boeck alleen van uwe wil geschreven,
En wat van dees zijn Majesteyt my acht verdient,
Genaden, of de doodt, nae dat hy dan verlient
Ick duldich dragen sal, en troosten my door reden,
Ist dat ick sterven moet, de re'en stelt my te vreden;
Niet dat ick na verdienst de doodt my schuldigh acht,
Maer dat getrouwe liefd' my heeft ter doodt gebracht.
Koninck.
V reden my verveelt, u misdaet is bewesen,
Dies wert tot vonnis u sentency voorgelesen,
Als dat ghy u bereyt en totter doodt begeeft:
Brenght hem gevangen weer daer hy geseten heeft.
Koninck met al de anderen binnen.