Skip to content
1634

Eerlycke tytkorting

Jan Harmensz. Krul

Prophyrus. Heeft noch u vies geklap en zotte praet geen ent? 't Vermanen is vergeefs; ick ben dit niet gewent.

Daer helpt noch dit noch dat; ghy sult voor ditmael moeten V neyghen na mijn wil: mijn geyle tochten boeten. V lichaem dat en sal niet rusten door de doot Voor dat mijn lieve lust haer wil heeft van u schoot. Niet eer sal u de dood ter Aerden nedervellen Voor dat de lusten soet mijn wil te vreden stellen. Nier eer heb ick mijn wil. Niet eer ben ick voldaen Voor dat ghy mijn begeert' in alles toe sult staen. Mijn handen sullen eerst omhelsen met vermaecken. Mijn lippen sullen eerst bedrucken uwe kaecken. Niet eer en sal de dood verminderen mijn rou Eer u mijn Manne-kracht ghemaeckt heeft tot een Vrou.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Eerlycke tytkorting · Jan Harmensz. Krul · Poetry Cove