Skip to content
1634

Eerlycke tytkorting

Jan Harmensz. Krul

Stemme: Pronckje van de Maeghden. Dit's ghemaeckt (om ons-verblijden) Als wy voeren Speelen-Rijden,

Tyter OOrsaeck van mijn vreughde, Is mijn brand te blussen. Spieghel aller Deughden:

Weyghert ghy te kussen? Mach ick ondertussen Mijn straffe Galathè Met pronckjes, van lonckjes, Niet kijcken, jou prijcken? Wat doeje dan me? Waer toe soo af-keerigh? Ken 't u niet vermaecken? Daer ick soo begeerigh, V ghebloosde kaecken Gaerne eens soud' raecken Mijn straffe Galathè: Wat lijckt-het, j'ontwijcktet, Met muylen, en pruylen, Wat doeye doch me? Kijckt eens uyt u ooghen, Die ghy met u sluyer Dicht hebt over-tooghen, Nu ick met u kuyer. En hoe langher hoe luyer, Mijn straffe Galathè: Wat bedrijfje? wel kijfje: Om lusjes,, van kusjes? Wat doeje dan me? Galathe Tyter sit doch stille, Wat beduyt dit quellen? Dese malle grille, Die jou 't hooft ontstellen. Waer toe al dit lellen? Gaet wech, laet mijn met vre.

Tyter Nou Troosje: een poosje, Weest groentjes, geeft soentjes, Soo selje weer me. Hemelsche Blancketjes, Suycker-soete vleysje. Hey! noch even netjes Soete lieve Meysje; Troosje noch een reysje, Soo laet ick jou met vree; Wat soo siet, die noo vliet: Voor lusjes, van kusjes, Die sel weer me.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Eerlycke tytkorting · Jan Harmensz. Krul · Poetry Cove