Skip to content
1634

Eerlycke tytkorting

Jan Harmensz. Krul

Kracht der Liefde Vergheleecken met de Son.

1. MOet de Maen haer bleecke stralen, Wt de gulde Fackel halen, Wt de Fackel uyt dat licht

Van des Hemels aenghesicht: 'k Meen de Son, van wie de Maen 'tlicht moet genieten En door zijn kracht, In 't duyster van de nacht Haer flaeuwe straeltjens op het Aerdrijck schieten.

2. Rosemond' mijn tweede leven, Ghy moet my mijn voedsel geven, Even als de Son de Maen Doet ten Hemel omme gaen, Moet van u (ghelijck mijn Son) mijn luyster-dalen: Laet uyt het licht, Van Rosemond's ghesicht Mijn moedelose Ziel dan asem halen.

3. Ooghen die mijn Ziel kunt voeden, En door 't derven water-vloeden Distileren: ooghen ach! Die men Fackels noemen mach Door de brand, (eylaes!) wat brand? u lieve loncken Ach! Rosemondt Ick voelden my ghewondt Soo haest u sterren voor mijn ooghen bloncken. Finis.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Eerlycke tytkorting · Jan Harmensz. Krul · Poetry Cove