Skip to content
1634

Eerlycke tytkorting

Jan Harmensz. Krul

Prophyrus. SOo wie een schoone Roos op 't eelste siet ontdaen, En in sijn soetste fleur aen sijne Distel staen; Soo wie een aerdich Fruyt, siet aen de Boomen hanghen,

Die sal door lieve lust, naer het ghenot verlanghen; Rozette; schoone Blom, gheen Vrucht, gheen eelder Fruyt, Als 't Roosje dat alleen aen uwe Distel spruyt. Rozette; schoone Maeght, u Lentens Somer daghen,

Verheughen my het hert, en voeden mijn behaghen: Om van u lieve vrucht mijn wellust te voldoen, En mijn ontsteecken lust met Minne lust te voen, Rozette; lief, en schoon, ick heb een vast vertrouwen,

Dat ghy my niet en sult 't ghenot mijn's lusts onthouwen:

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Eerlycke tytkorting · Jan Harmensz. Krul · Poetry Cove