Skip to content
1634

Eerlycke tytkorting

Jan Harmensz. Krul

C'hoor. O Redelijck geslacht, Met goet vernuft geschapen, Godts mogentheyt en kracht

In 't Coor van u gedacht, Sorghvuldighlijck betracht, Zijn Goddelijcke macht Ontwaeckt van 't sondigh slapen.

Ey! Maticht u begeer, Door 't rijckelijck genoegen, 't Genoegen maeckt u Heer, Dient wellust niet te seer,

Betracht het eeuwigh meer: V Zielen, wilt tot eer En dienst der Goden voegen. Want niemant ken zijn lust

Na zijn begeert verwerven, Maer lust teelt hem onrust, Ten sy begeerte blust Het geen begeerte lust:

Dies laet u zijn bewust, De sekerheyt van sterven. Wat baet de overvloet, In heerschappy van staten?

Wat baet het gelt en goet: Dat veel ellende voet, Het lichaem schade doet; De Ziel wanneer sy moet

Dit lichaem hier verlaten. Binnen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Eerlycke tytkorting · Jan Harmensz. Krul · Poetry Cove