Skip to content
1634

Eerlycke tytkorting

Jan Harmensz. Krul

Stemme: Phyllis quam Phylander teghen. DOor 't verloopen van de tijden Keert de droefheydt weer in vreucht: Rosemond, het droevigh lijden Dat ick leed om u Ieught; Door een soete Minne-brand, Slaen ick willigh van der hand. Phyllis was het eerste vonckje 't Welck mijn jonghe borst ontstack Wanneer een lieff'lijck lonckje Wt hare ooghjes brack, Op-gepronckt van de natuur Met een tintelend' gegluur. Met twee purpur-roode Roosjes Bloeyden 't snee-wit kaecke-vel, Schaemt-root vermenghde bloosjes, Die ick niet vergeten sel, Stonden als een pronck ten thoon Op u witte wangetjes schoon. Phyllis, als ick mijn ghedachjes Op ons oude Minne voe,

Zend' ick wel duysend lachjes V lieve ooghjes toe: Dat sy sien de vriendelijckheyt Die daer in mijn hertje leyt. 't Oude sal een nieu verwecken. Phyllis vlecht een Roose-krans: Laet my ten dienst verstrecken Te leyden aen den dans, Phyllis aen Amynthas hant, Die met vreught de Meye plant. Voor de pracht van van Hoofsche zye Kies ick nu een Boere-py, Voor Steedse pronckerye De keurighe waerdy Van de Roosjes, van 't ghebloemt, Daer een Harderin op roemt.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Eerlycke tytkorting · Jan Harmensz. Krul · Poetry Cove