Skip to content
1634

Eerlycke tytkorting

Jan Harmensz. Krul

Schoonheyts Minne-voedsel.

LIef Rosette, 'k ben gevangen Van de Min, Siele voedsteres Goddin, Schoone wanghen, wel behangen, Ach! waer mee Sijn u kaeckjens wit als snee?

Haartjes blont, Hanghen wemelent om u mont. In u ooghjes sijn twee Goodtjes, Die de min Schieten tot mijn boesem in: 't Sijn (Rozette) Cupidootjes Die haer brant Stoocken in mijn ingewant; Ach! hoe soet, Gaen u lonckjens door mijn bloet. Roode lipjes, schoone bloosjes, Staen soo wel, (Op u wit en blancke vel) Als de çierelijckste Roosjes, Die na wens Bloeyden oyt aen schoon provens; Bloosjes, ach! Die gheen roos beschamen mach. Ach! wat sijn u kleene tantjes? Wit Yvoor: Blaeuwe Aders speelen door 't Blancke vel, en witte hantjes; Korte kin, Daer een geestich kloofjen in: Noch al meer, Soete min, dwaelt niet te veer. FINIS.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Eerlycke tytkorting · Jan Harmensz. Krul · Poetry Cove