Skip to content
1634

Eerlycke tytkorting

Jan Harmensz. Krul

Stemme: Si cest pour mon pucellage.

TYTER gingh onlanghs vermeyen In het kriecken van den dagh; Daer sijn droeve Laura lagh, Sagh d'onnosele Schaepjes weyen;

Die bekommert met de Min Waren van haer Herderin. Laura droevigh van gedachten Voeden vast op het verdriet, Hoe dat Tyter haer verliet; Sprack in 't end' met droeve klaghten: Tyter ontrou, ghy mijn dient Nu u hert een ander mient. Berst benaude tranens-beecken Tot mijn droeve ooghjens uyt: Stomme traentjes maeckt geluyt. Banghe suchjes, kost ghy spreecken, Tot ghetuyghe, dat mijn hert Om mijn Tyter lijdt veel smert. Ach! eylaes! 't is al verlooren, Teere Schaepjes, treurt van rou Tyter is sijn Lief ontrou, Tyter die en wil niet hooren Na de klaghten van mijn Min, Daer ick soo bedroeft om bin. Tyter, Tyter, stelt u ooren Na de stemme van mijn klacht: Doet het geen ick heb betracht. Tyter ken ick niet bekooren (Door mijn trouwe Minne-smert) V versteende Herders hert? Ken mijn klaghen u niet deeren? Soo beweeght dan door de vliet Die ick uyt mijn ooghen giet, Siet mijn hert in druck uyt-teeren,

Om dat Laura voelt de pijn Tyter van wreedt af-zijn. Tyter mocht ick met u doolen Door 't gheberghte, Bosch, en Dal, Ick verliet mijn klaghten al; 't Gheen mijn hertje draeght verhoolen Soud' ick brenghen aen den dagh Soo ick eens mijn Tyter sagh. Maer dewijl 't ghesicht moet derven Tyter, daer ick soo om sucht. Tyter, die van Laura vlucht: Tyter, ach! Gedenckt te sterven. Tyter, ach! wat ist mijn pijn Tyter, sonder u te zijn.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Eerlycke tytkorting · Jan Harmensz. Krul · Poetry Cove