Skip to content
1627

Amstelsche linde

Jan Harmensz. Krul

Stemme: Phyllis quam Phylander teghen.

DOor 't verloopen van de tyden Keert de droefheyd weer in vreught: Rosemond, het droevigh lyden Dat ick leed om u Ieught; Door een soete Minne-brandt Slaen ick willigh van der handt.

Phyllis was het eerste vonckje, 't VVelck myn jonghe borst ontstack VVanneer een lieflijck Ionckje Uyt hare ooghjes brack, Opgepronckt van de natuur Met een tintelend' gegluur. Met twee purpur-roode Roosjes Bloeyden 't sneeu-wit kaecke-vel, Schaemt-root vermenghde bloosjes Die'k niet vergeten sel, Stonden als een pronck ten toon Op u witte wangetjes schoon. Phyllis, als ick mijn ghedaghjes Op ons oude Minne voe, Send ick wel duysend laghjes U lieve ooghjes toe, Dat zy sien de vriendelijckheyt Die daer in mijn hertje leyt. 't Oude sal een nieu verwecken, Phyllis vleght een Roose-krans:

Laet my ten dienst vertrecken: Te leyden aen den dans Phyllis aen Amynthas hant, Die met vreught de Meye plant. Voor de praght van Hoofse zye Kies ick nu een Boeren-py, Voor steedse pronckerye De keurighe waerdy Van de Roosjes, van't gebloemt: Daer een Harderin op roemt.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Amstelsche linde · Jan Harmensz. Krul · Poetry Cove