Wijze: Psalm LXXXI.
'k Mag dan weêr, verkwikt,
Uit den flaap ontwaaken,
Door geen leed verschrikt,
Mag ik, goede God:
Dankbaar voor mijn lot,
Biddend U genaken.
Geef mij heden weêr
Nieuwen lust en krachten
In mijn werk, en leer
Mij, van U alleen,
In mijn bezigheên,
Hulp en zegen wachten!
Hoed mijn vee, en mij!
Doe mijn zorg gelukken!
Sta het werkvolk bij!
Zegen land en zaad!
Laat geen smartlijk kwaad'
Schoon verdiend, ons drukken!
Laat mijn hart U niet
Uit het oog verliezen;
Maar, door 't geen men ziet,
Tot U opgeleid,
Uw geregtigheid
Boven alles kiezen!