Skip to content
1794

Liederen voor den landman. Deel 1

Jan Eijk

Wijze: Het vinnig straalen van de zon.

Lodenstein.

Toen Boäs, die opregte man, Zoo teêr van hart als wakker, De maaijers in zijn koren had, Kwam Ruth op zijnen akker.

Zij kwam naar 't oude voorregt, welk De God van Weeuw en Weezen Weleer door Moses wetten had Aan de armen toegeweezen.

Hij kwam, hij zag haar, en droeg zorg Voor haar, en haare Moeder. Op dat het beide niet ontbrak Aan overvloed van voeder.

Hij gaf den Biudren dit bevel, ‘Strooit losse korenairen, Uit ieder handvol, ongemerkt, Dat Ruth ze moog vergaêren.’

o Braave Boäs! gij leers ons Aan arme menschen denken; Wanneer de zegen wordt geöogst, Dien God ons wilde schenken.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Liederen voor den landman. Deel 1 · Jan Eijk · Poetry Cove