Skip to content
1794

Liederen voor den landman. Deel 1

Jan Eijk

Wijze: Daar is het oude Jaar verdwenen. of: Doe Israel zijn naare zuchten, Lodenst. of. ô Kersnacht, enz.

Pred. Zoo, Landman! zoo weêr aan het zaaijen!

Landm. Ja Leeraar! 't is op hoop van maaijene.

P. Dat 's regt. Wie arbeidt graag voor niet? Zoo zaai ik ook het woord des Heeren, Op dat uw ziel Gods heil zou leeren, Gelijk gij Zoudags hoort en ziet.

Maar al dat zaad, het welk bezijen Den akker valt, kan dat gedijen?

L. Het wordt vertreden met den voet; Of door 't gevogelte opgegeeten. Zoo is Gods Woord ook ras vergeten, Wen 't valt in een verhard gemoed.

Men treft ook wel eens harde gronden, Daar niet veel aarde op wordt gevonden; Daar maait men toch wel koren van?

L. Het zaad schiet op, zoo snel als moedig; Maar het verdort ook even spoedig, Dewijl 't geen zon verdraagen kan.

P. Zoo ziet men somts wel schijn van leeven, Maar 't Woord kan toch geen vruchten geeven Bij 't los en onbedaard gemoed. 't Is ligt te treffen, te overreeden, Maar druk, vervolging, tegenheden, Verdooven ras dien ijvergloed.

En als men 't zaad werpt in eene aarde, Die niet dan doorns en distels baarde, Wat wordt 'er dan wel van het graan?

L. Her onkruid, sneller opgeschooten, Verstikt wel dra die teedre looten, En nimmer komt er koren aan.

P. Zoo moet het Woord den zegen missen, Door zorgen en bekommernissen. Al wie zich naar de waereld schikt, En door begeerlijkheid laat drijven, Geen indruk zal bij hem beklijven, Het goede wordt bij hem verstikt.

L. Ik zie den arbeid best gelukken, En mag de meeste vruchten plukken Van goeden, welbereiden grond.

P. Zoo ziet men hen ook vruchten draagen, Wien 't Euangelie kan behaagen, In welker hart het ingang vond.

L. Wat zegen zon Gods Woord mij baaren, Wanneer mijn ziel en zinnen waren, Gelijk deze akker, wel bereid! Her zaad van 't Godbehaaglijk leeven Zou in mij bijven, vruchten geeven Voor een volzalige eenwigheid.

P. Dan moet ge uw hope op Jesus bouwen, Uw hart aan Hem geheel vertrouwen. En aan de werking van zijn' Geest; En bidden Hem om licht en krachten: Van Hem aldus zijn heil te wachten, Is nimmer te vergeefsch geweest!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Liederen voor den landman. Deel 1 · Jan Eijk · Poetry Cove