Skip to content
1794

Liederen voor den landman. Deel 1

Jan Eijk

Wijze: Psalm CXXXVI.Gelijk in den VI. Psalm, op één na de laatste lettergreep van den eersten regel in ieder vers, op drie nooten wordt gezongen, zoo moet hier de laatste lettergreep, van den tweeden regel, in ieder vers, op drie nooten geżongen worden.

Scheerder! scheer uw schaapje zacht, Kwets het beestje niet, Dat ons met zijn blanke vacht Zoo veel voordeel biedt.

Scheerder! denk, hoe 't wollig dons, Dat uw knipschaar trekt Van de schaapjes, u en ons Voor de koude dekt.

O! Wat is dit stomme dier Lijdzaam, mak en stil! 't Maakt geen smartelijk getier, 't Buigt zich naar uw' wil.

Scheerder! zoo was Jesus ook, 's Vaders Godlijk kind. Vrienden! zoo was Jesus ook, Onze beste Vrind.

Ja; Hij deed zijn' mond niet op; Zei niet: ‘ach! of: wee!’ Schoon het lijden steeg ten top, Lijdzaam en gedwee!

Als een Lam, werd Hij geleid Naar de slagtbank heen. Heeft gewillig uitgebreid Aan het kruis zijn leên.

Lieve Jesus! onze schuld Hebt gij dus geboet; En den eisch der Wet vervuld! O! Vat zijt gij goed!

Dek ons voor des Rigters oog! Heilig onzen wil! Trek ons hart to U omhoog! Maak het zacht en stil!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Liederen voor den landman. Deel 1 · Jan Eijk · Poetry Cove