Skip to content
1794

Liederen voor den landman. Deel 1

Jan Eijk

Wijze: Psalm LXXXI.

Heer! wat zijt Gij goed! 'k Wil, ik zal U prijzen, Die mij draagt en hoedt, Van het werken moê; Sloot ik de oogen toe. En zie 't licht weêr rijzen.

Weerloos in den nood, Die mij kon genaaken, Was 'k als leevend dood. 'k Lag en sliep gerust Van geen zorg bewust, Gij woudt voor mij waaken.

Ziekte dieven, brand, Duizend ongevallen Weerde Uw goede hand; Hoedde mensch en vee; Huis en Schuuren meê; Zorgde voor ons allen!

ô, Wat zijt Gij goed, Vader van mijn leeven! 'k Wil, ik zal, ik moet, In den morgenstond, U, met hart en mond, Dauk en eere geeven.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Liederen voor den landman. Deel 1 · Jan Eijk · Poetry Cove