Wijze: Wie sleet heuchelijker dagen.
Lodenstein.
Elk kan hier zijn keuze vinden.
Al wat men bedenken kan,
Is op deze markt, mijn Vrinden!
Voor den boer en burgerman.
Allerlei begeerlijkheden,
Zijn voor elk hier veil gesteld.
Voor den mond, en voor de leden,
Doch de koopman wacht op geld.
Maar, wat zijn toch al die dingen?
Alles, wat het nog hier ziet?
Aas van brooze stervelingen,
IJdelheid, en anders niet.
Spoedig is 't genot vergeeten,
En de voorraad is niet meer;
Al de kleeding ras versleeten,
En men voelt de nootdruft weêr.
Zielen! hebt gij lust aan 't leeven,
Jesus wil u eedler spijs,
Heerelijker goedren geeven,
Zonder geld en zonder prijs.
‘Koopt (dus roept Hij) waaren vrede,
Zielevreugd die nooit ontschiet,
Wijsheid, liefde, zaligheden,
Eeuwig heil, van Mij om niet.’