Wijze: Zwijgt winden, gij stroomen,
Voet.
Het scheeren der Schaapen
Is altoos een feest.
Het vordert, o knaapen!
Een' vrolijken geest.
God was ons genegen,
Hij hoorde onze beê.
Hij schonk Zijnen zegen
Aan Land en aan Vee.
Wij moeten ons wachten
Voor dartele vreugd,
Die God doet verachten
En de inspraak der deugd;
Die handen en harten
Voor Lijdenden sluit,
En eindigt in smarten
En jammergeluid.
In voorige dagen
Werd Juda beroerd,
In schandlijke laagen
Van ontucht vervoerd.
De weeldrigheid wekte
Den dartelen geest,
En zonde bevlekte
Het Scheenderen feest.Genes. XXXVIII.
Toen Nabal, bij 't scheeren,
En 't vreugdebetoon,
Het billijk begeeren
Van Isaïs Zoon
Niet goedvond te geeven,
Hoe was hij verblijd!
Maar 't koste hem 't leeven,
Door wrevel en spijt.1 Sam. XXV.
ô Neen! ons genoegen,
Op 't vrolijke feest,
Moet Christenen voegen,
En in onzen geest
Ten spoorflag verstrekken
Van liefde tot God,
En mildheid verwekken
Bij 't vreugdegenot,