Skip to content
1794

Liederen voor den landman. Deel 1

Jan Eijk

Wijze: ô Jesus vol genade. Groenewegen.

De stomme dieren kennen Den geenen, die hen voêrt. Zal ik dan mijnen Schepper Van wien ik alles heb, Niet kennen en vereeren, vereeren, vereeren? Niet dienen, en Hem lieven? Ik, met verstand begaafd?

Ik heb verstandsvermogens, De stomme dieren niet. Zoo ik dan God niet liefheb, Gelijk mijn kudde mij, Ja nog veel meer Hem eere, Hem eere, Hem eere, Dan laat ik mij, o schande! Beschaamen door mijn vee.

't Is waar, het geen mijne oogen Anschouwen, treft mij 't meest; En ik ben ongevoelig Voor God, wien ik niet zie. Hoewel ik uit mij zelven, mij zelven, mij zelven Behoorde God te kennen, Gelijk mijn kudde mij.

Maar, welk een Vaderliefde! God gaf ook mij zijn woord, Om mij daar in te leeren. Van, en voor wien ik ben. Hij geeft mij ook zijn knegten, zijn knegten, zijn knegten, Om mij daar in te helpen, Door weeklijksch onderrigt.

'k Wit mij dan vlijtig oeff'nen, En bij mijn' Leeraar gaan, Op dat ik regt moog weeren Van wien ik 't al moet leeven heh, Van wien ik 't al moet wachten, moet wachten, moet wachten. Wien ik voor alles danken, Wien 'k lieven, eeren moat,

ô Heer! Gij geeft mij krachten, Tijd en gelegenheid: Schenk mij ook 't licht des Geestes, Op dat mijn stomme vee Niet tegen mij getuige, getuige, getuige; Maar ik U eeuwig eere, Gelijk een reedlijk mensch,Dit lied, zoo geheel rijmloos, als het is, geeve ik mede in dezen Bundel. En terwijl ik mij beroep op de Voorredenen van den Heer a van den berg, voor zijne Proeven van geestelijke Oden en Liederen, hope ik, dat deze en gene goede gedachte het gebrek van het rijm vervullen zal.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Liederen voor den landman. Deel 1 · Jan Eijk · Poetry Cove