Ghebedt om niet teghen te kijuen.
WAnt het soo quaedt om doen is bescholden te worden en te moeten swijghen: gheeft my, o Heere, ghestadigheydt, dat mijnen mondt niet en ontspringhe, als emmers een ander den sijnen niet houden en can: op dat de liefde van beyde sijden niet beschadight en worde: want sy eeuwelijck blijuen moet. Amen.