Ter eeren vanden selfden, op sijne Tragoedie van Nero. Epigramma.
WT eenen herden steen, soo spruijt de claer fonteyne,
Die haeren loop verspreydt seer lieffelijck en soet;
En; ghy, Van Nieuwelandt, u ader-schoon en reyne
Spruyt wt de bitterheydt van Neros straf ghemoedt.
Veel voordeel, nut, en deught, het vlietigh beecksken doet,
Dat van de steyle rotsch' de velden comt besproeyen:
Maer 'ten is onghelijck soo vruchtbaer niet, en goedt,
Als is de soetigheydt, die m'in u dicht siet vloeyen.