Skip to content
1619

Nederduytsche poëmata

Jan David Heemssen

Ter eeren van mijn Heer Baltasar Charles, Prince vanden Olyf-tack binnen Antwerpen. Sonet.

VVAt isser meerder const', wat isser meerder deught, En daer m'eens mans verstandt can beter aen bemercken, Dan dat hy hem by elck in woorden, en in wercken Soo draeght, dat groot en cleyn in sijn by-sijn verheught? Van sulcks ghy u met recht (Heer Charles) roemen meught, Die eerst den Vrede-tack hebt onder uwe vlercken. Bedeckt, en voorghestaen; waer door, tot meer verstercken, Wy u, voor onsen Prinsch, ontfanghen hier met vreught. Elck gunt u desen staet, elck acht u hem wel waerdigh: Wel aen, met cloecken moedt, wel aen dan, maeckt u vaerdigh; Ghedenckt u oude deught, en ingheboren vlijt: Gheen dichten t'uwer eer' en sullen oyt ghebreken; Soo verr' de Scheld' haer spreydt, all' d'oeuers sullen spreken, Leeft, Prince Charles, leeft, leeft, Charles, leeft altijdt.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Nederduytsche poëmata · Jan David Heemssen · Poetry Cove