Skip to content
1655

Epigrammata ofte winter-avondts tyt-korting

Jan Cruso

180. Een Rijcken Boer zijn gelt in huys niet wel vertrouwt (In tyt van Krijgh) maar graaft het in een duyster wout. Een arm mistroostich Mensch (uyt waen-hoop) went syn ganghen Naa't selvig' eensaam bosch, om daar sich op te hanghen;

Comt op de selve plaats, bevint een sachter aard', En graaft en vindt den schatt, en flucx den selven weert, Maar laat aldaar het strop. Den boer comt haast (verholen) Om na die plaats te sien, maar vindt syn gelt gestolen: Hy stracx wort desperaat, en siende daar den strop, Hy knoop het aan een boom, en hangt sich dadelick op.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Epigrammata ofte winter-avondts tyt-korting · Jan Cruso · Poetry Cove