134.
So Ian vermoede dat syn Jonge Vrouw
Hem niet en was lichaam heel getrouw,
Gingh hy (om haar so fraaykens uyt te haalen)
Met bly gelaat, dees Nieuwe Maar verhalen.
Men secht seydt hy dat in dees heele Straat
Een eenich Man alleen maar vry en gaat
Oft syn al Hannens: Nu k' en weet wien gissen
Die uyt ons al de Hoorens so sou missen:
Wie Goet-Iaar mach dat wesen? sey de Vrouw
'Ken en weet oock seeckers niet wie k' raden sou.