36.
Gerraart hadt Lijntjen lief: en langen tijt
Met grooten yver hadt hy haar gevryt,
Maar al vergeefs; daar was voortaan geen hopen:
Doch eynd'lick heeft den Sluymer haar bekropen.
Nu Vrijt-men hem, en goede Bruyt-schap biedt:
Maar nu wil Gerraardt gantsch'lick Lyntjen niet.