Skip to content
1655

Epigrammata ofte winter-avondts tyt-korting

Jan Cruso

155. Kees krycht een ongeluck, so lijdt hy groote pyn; En vreest dat hy 't gesicht van een Ooch quyt sal zijn. Een Meester inden Haach die geeft hem goede moet:

Naa groote Smert en kost, hy Kees te kennen doet Dat 't is verlooren moeyt. Kees sich geheel ontstelt Syn Ooch so quijt te syn, en (noch veel meer) syn geldt! Den Meester oock vergrimt; en secht, gy lompen Loer

Dunckt u dat billick syn dat so een plompen Boer Twee Ooghen heb sal? Daar selfs Myn Heer de Prins En yder groote Graaf en Heer syns Hoff-gesins Maar twee (ten hooghsten) heeft? so loopt dan (Rekel) heen,

En houdt u (zyt ghy wijs) met u een Ooch te vreên.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Epigrammata ofte winter-avondts tyt-korting · Jan Cruso · Poetry Cove