141.
Ons Priester Lange-baart met Donderende stem
Een lang niet ten Propoost ons Preéckt (met weynich klem)
Dat (secht hy) mé men siet de Pest so veel vernielen,
En Ruckt uyt dese Stadt so groot getal van Zielen
Dat doet alleen de sond'. Als ick hem vraach 't bescheet
(Want m'in de heele Stadt van gantsch geen Pest en weet)
Hy seght hy leest het so in d'Apostille Schryver.
Is dat niet wel geniest? Door on-gesouten Yver
Hy dwaalt so breet en wijt, en vliet so verr van daar,
Als of in synen Tekst de Pest voorseecker waar.