35.
Ian trouwt een rijke Wèèuw, en wist de felle Draack
Hadd' in haar vorich Man te terghen har vermaack:
Doch hoôpt haar met gedult, met saghtigheyt van sinnen,
En met beleeft gevley tot Vriend'lickheyt te winnen.
Maar al vergeefsche moeyt; hy niet te beter vaart,
De woedende Wolvin behoudt haar wilden aart.
Sy maackt het wel so grof, 'tverdriet den Man te leven;
Ick weet u (Weerde Man) geen beter troost te geven,
Dan dese, 's is gedaacht: en so zy haast'lick sterft
Dat ghy (voor al 't verdriet) haar grooten Rijckdom erft.