49.
Myn Heer (synd' op een Reys) een hoop van Brieven brandt;
Syn Jongen (in syn dienst gekomen nieuw uyt't landt)
Een deel daar van versouck: wel waar toe? secht den Iongen
Wanneer ick quam van huys, mijn Moertjen heeft bedongen
Ick haar doch altemet een Briefjen stuyren sou:
En dies ick een van dees haar telckens senden wouw.