51.
So Boos-wicht door den Buel (eerste-daachs) Gegeselt was
Rondom de groote Marckt, en gingh een traagen pas;
Een Raats-heer roupt hem toe (bejammert door syn bloeden)
Dat hy sich haasten sou, en dapper aan sou spoeden.
Hy keert hem om, en secht als gy moet ondergaan
Een Geseling (myn Heer) ghy moocht so dapper gaan
Als t' U believen sal: laat my nu toe (met vreden)
Naa dat my best behaacht al sachtjens aan te treden.