67.
Auri Sacra Fames.Aard-worm is rijck, en soo tot gelt genegen
Dat (dan sy gout) hy schatt geen ander zegen:
Dies heeft den Vreck (door gierichteyt verblindt)
Syn Dochterken (sijn liev' en eenich Kint,
Een schoon soet meysken van by sestien Iaren)
Aan Bestevaar, syn Buyr, door dwangh doen paren;
Een out, versuft, en creupel Sottjen, Dus
Deed' even den Tiran Mezentius,
Die levende lichamen heeft gebonden
Aan doode lijcken, en gepast de monden
En leden t'saam': soo dat der dooden stanck
(Ay wreet torment!) was d'anders onderganck.
Dus staat dit Paar seer corten tyt te leven,
T'welck hy voorsach; en wist dit soud' hem geven
Haar beder Rijckdom: T'was dan wel bedocht,
Want (siet) t'was t'Goet van beyde dat hy socht.