Skip to content
1655

Epigrammata ofte winter-avondts tyt-korting

Jan Cruso

132. Liedtje.Droomer Trouwt een Hollandts Moertje (Malle Meysie) want de knecht Wil voortaan syn Engelsch Hoertje Vaaren laten (so hy secht)

Heer wat wordter al gesongen (Op de Bruyloft) en geschranst, En gesoopen, en gesprongen, En gelachen, en gedanst!

Als den Dach begon 't ontlijcken, En men soude slaapen gaan: 'T lieve Bruytje gaat haar duycken Om haar eertje voor te staan.

'K wedt je selt me nou niet vinde, (Roupt de Bruydt uyt eenen houck) Secht de Bruygom (voor de Vrinde) 'K wedt dat ick je niet en souck.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.