132.
Liedtje.Droomer Trouwt een Hollandts Moertje
(Malle Meysie) want de knecht
Wil voortaan syn Engelsch Hoertje
Vaaren laten (so hy secht)
Heer wat wordter al gesongen
(Op de Bruyloft) en geschranst,
En gesoopen, en gesprongen,
En gelachen, en gedanst!
Als den Dach begon 't ontlijcken,
En men soude slaapen gaan:
'T lieve Bruytje gaat haar duycken
Om haar eertje voor te staan.
'K wedt je selt me nou niet vinde,
(Roupt de Bruydt uyt eenen houck)
Secht de Bruygom (voor de Vrinde)
'K wedt dat ick je niet en souck.