56.
Philemon hadt Me Vrouw geconterfeyt naa't leven,
En hadt het stuck in all's den vollen eysch gegeven
Van stellingh, Coloryt, Gelijckheyt, en Postuyr:
Me Vrouw't is so gelyck (secht onse Juffrouw Buyr,
Heer! wat voor Konstenaars doch inde Werelt bennen)
Dat die u noyt en sach die kan het licht'lick Kennen.