Skip to content
1655

Epigrammata ofte winter-avondts tyt-korting

Jan Cruso

53. Twee buyren reysden 't saam van d'Hooft-Stadt London af Tot daar de Noorde-Wijck de Stadt benaminch gaf: Ian Packt syn Mantel op, en sentse by den Waaghen,

Maar Klaas (uyt regens vrees) wil selfs den synen draagen. Sy Wand'len vrolick heen: maar haast wiert Klaas gewaar Dat hem zijn opper-kleet was veel te heet en swaar. Ian (seydt hy) ben ick geck? 'k ben nu een Mijl gekomen

En hebb' niet half genoech tot Reys-gelt mé genomen, So doet my (lieve Ian) een Pont (of so) ter handt, En neemt (in Borges Sté) myn Mantel tot een pandt. Geseyt, gedaan. De Cap (op synen s'af gehangen)

Draacht Ian (onnosel) heén. Doe (met vermoeyde gangen. En op den Vier-den-dach) sy komen by de Stadt, Klaas geeft 't geleende gelt, en 't opperkleet hervat.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Epigrammata ofte winter-avondts tyt-korting · Jan Cruso · Poetry Cove