143.
De Ryck besteet syn Soon (om hem 't verstant te geven
Van nieuwe Drapery) een Iaar te leeren Weven;
T'verdriet hem menighmaal, en heeft de walgt en grouw
Te sitten (dach aan dach) gekerckert in 't getouw.
Wel, t'Jaar is (eyndlick) uyt: De Vader gaat hem vragen
Wat handelt oft wat stijl hem nu sal best behaagen?
Ick weet (segt hy) een stijl die my wert aangeraan,
Die ick alree verstaa; versiet my maar alaan:
Als ick maar werck tuych hebb' dat Ambacht te geneeren,
K'en sal van U (daar naa geen Capitaal begeeren.
Wel dat's een kleyne saack; wat's t'Ambacht? vraagt de Vâar)
Iaa Vaartje (seyt de Soon) k'wouw zyn een Wouckenaar.