20.
Aan Me Vrouw.Me Vrouw, Ick hoor ghy seght ghy weynich hadt verwacht
Ick scherpen sou mijn Penn' so tegen 't Vrouw geslacht:
Hier hebt ghy dat de Mans (tot feyl-erkenning) treft,
En (boven hun) den lof van 't Vrouw-geslacht verheft.
Wy Mans (oftm' ons voor best schoon reken)
Syn vol van feylen en gebreken:
Slechts twee in Vrouwen syn te mercken,
Dat's quaat van woorden, quaat van werken.