Skip to content
1655

Epigrammata ofte winter-avondts tyt-korting

Jan Cruso

27. Op Fransjens sinlickheyt.Oft Lijntgen schoon goet-aardigh was en sedich, Bevalligh van gelaat, van gelt oock ledich, Noch woude Frans haar niet; en dat alleen

Om dat sy hem te Poeselachtigh scheen, En van statuyr te groot: dies (met de Iaaren) Noch vetter werden moght, en meer verswaaren. Nu is zijn sin op Claartjen heel gesett.

Dit dertel dinck (noch groot, noch swaar, noch vett) Wort hem naar wensch, dat hyse vrijlick trouw; Want dit kleyn Wijfken wordt een lichte Vrouw.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.