127.
Aan Flora.
Flora, of schoon ick prees u stem in 't singen,
Roemt niet, noch laat u dat tot hoogmoet bringen:
U stem is goet; maar u ontbreeckt noch veel
Om 't recht gebruyck te krygen van de keel.
U Toonen gaan niet vast: De Scherpheyt even
Van harde Noten weet ghy niet te geven:
En daar den Toon versoetet en versacht
Daar singht ghy scherp: en hebt daar op geen acht.
Dies hoeft u noch (om Singes Const te raapen)
Een beter Oor, en wel van Pas te gaapen.