153.
Ad Marcum.Gelooft my (Marce Vriendt) ter Weerelt is geen Mensch
Met wien ick (daagen lanck) te wesen liever wensch:
Ghy woont te VVester-Kerck van ons twee Mijlen veer,
En dat vier Mijlen maackt wanneer ick wederkeer.
Ick vind' u selden t Huys te met u groot beslach
Van 't Hof u so belt, ick u niet sien en mach.
Twee Mijlen gaa ick geern op dat ick u geniet;
Maar om u niet te sien, vier Mijlen 't my verdriet.